In de vergadering van de commissie middelen verzocht het college goedkeuring voor een totaalbedrag van 40.000 euro om een onderzoek uit te laten voeren, de gegevens te analyseren en de resultaten te bespreken met de bewoners. Vanuit de commissie waren er nogal wat opmerkingen. Zo zou de opzet veel te vaag zijn en waren de vragen over de kosten. Uitgangspunt van dit voorstel was dat de gemeente met extern bureau de analyse uit zou voeren. Dit omdat de gemeente zelf te weinig onderzoekscapaciteit zou hebben.

SAMENWERKING MET HAARLEM Een paar dagen voor de raadsvergadering kwam het college met een aangepast voorstel. Na overleg met omliggende gemeenten bleek dat bijvoorbeeld Haarlem de capaciteit voor analyse wel zou hebben. Dit zou kostenbesparend kunnen zijn. Alleen hoeveel hiermee bespaard zou kunnen worden was nog niet duidelijk. Bovendien waren in het voorstel de kosten van de dialoog met de bewoners niet meer mee genomen, waardoor de kosten nog 30.000 euro zouden gaan bedragen. In het najaar zou dan een beslissing over het vervolg kunnen worden genomen. Daar waar de start van het onderzoek in het eerste voorstel in september zou zijn, werd nu al begin juli gestart samen met onder meer Haarlem.

TWEEDE GOLF De discussie in de raad spitste zich vooral toe op het startmoment, de onduidelijkheid over de besparing en het brede karakter van de opzet. Ook HBB had wat twijfels over het startmoment mede gezien het risico van een tweede golf. Dan zou men daarna weer opnieuw moeten beginnen. Een startmoment van september zou beter zijn. Burgemeester Astrid Nienhuis, portefeuillehouder, gaf aan dat het lastig was om later in te stappen op de trein die al in beweging was. Regionale samenwerking zou dan lastiger worden. De gemeente Haarlem had toegezegd dat zij de analyse van de gegevens zouden uitvoeren. Dit zou kostenbesparend zijn, doch hoeveel deze besparing zou worden, was nog niet duidelijk.

ELF TEGEN TIEN De oppositiepartijen bleven bezwaren hebben tegen het voorstel. Met name de onduidelijkheid over de uiteindelijke kosten was een van de problemen. Verder werd het onderzoeksterrein als veel te breed beschouwd. Voor HBB was het argument dat het lastig zou worden om regionaal later in te stappen het motief om akkoord te gaan. Dit betekende dat de volledige coalitie akkoord ging met het voorstel en de oppositie unaniem tegen stemde, waardoor er opnieuw een stemresultaat van 11 voor en 10 tegen stemmen ontstond.

Henk van Ommeren